Een stoel uit vele beslissingen
De Pixel-stoel biedt een heldere ingang tot Joris Laarmans werkplaats. Cooper Hewitt beschrijft een harsprototype uit veel afzonderlijk gesneden delen. Een CNC-gestuurde frees snijdt de onderdelen; ze worden samengevoegd en daarna met de hand afgewerkt. Digitale instructies, assemblage en oppervlakbewerking horen bij hetzelfde object.2
Het grijze patroon helpt het oog die reeks te lezen. Kleine vlakken doen denken aan vergrote pixels van een digitaal beeld, terwijl hun opstelling een doorlopend stoeloppervlak maakt. Een beeldgerelateerd proces wordt zichtbaar in een zitplaats.
De handmatige afwerking is een bruikbaar detail. Ze houdt het verhaal bij het fysieke object nadat het snijbestand zijn werk heeft gedaan.

Een werkplaats met verschillende vaardigheden
In het tentoonstellingsverslag uit 2017 beschrijft Cooper Hewitt Joris Laarman Lab als een team van ingenieurs, programmeurs en vakmensen. Laarman richtte het in 2004 op met filmmaker Anita Star. Het museum geeft samenwerking zo een praktische betekenis: verschillende vaardigheden ontwikkelen het proces én het resultaat.3
Een programmeur kan helpen verhoudingen binnen een vorm te bepalen; een maakproces bepaalt hoe die in materiaal kunnen worden gerealiseerd. Assemblage en afwerking voegen een volgende reeks beslissingen toe.
Dat maakt de werkplaats zelf interessant. Code en machines horen er bij de gereedschappen, samen met het oordeel dat nodig is om onderdelen tot een zichtbaar en tastbaar object te maken.
Het object houdt de vraag zichtbaar
MoMA’s kunstenaarsrecord noemt Laarman Nederlands en vermeldt Bone Chair en een Microstructures Gradient-prototype onder zijn werken. De collectie biedt verschillende fysieke uitdrukkingen van zijn interesse in het voortbrengen van structuur via ontwerpmethoden.1
Pixel voegt een andere uitdrukking toe: een stoel waarvan de kleine delen de route van digitaal patroon naar samengesteld materiaal leesbaar maken. De kijker krijgt iets concreets om binnen een bredere technische praktijk te volgen.
Een bruikbare beginvraag is eenvoudig: wat moest er gebeuren nadat de vorm op een scherm verscheen? Bij Laarman opent die vraag de deur naar de mensen, gereedschappen en materiaalkeuzes in de werkplaats.




