Het materiaal krijgt een andere verantwoordelijkheid
Cow Chair biedt een heldere ingang tot Van Eijks werk. Het Centraal Museum beschrijft zijn unicum uit 1997 als onbehandelde huid die over een mal is gevormd. De huid behoudt de stoelvorm zonder afzonderlijk frame.1
Het materiaal is vertrouwd genoeg om de nieuwe rol te begrijpen. Iets dat met meubelbekleding wordt geassocieerd, krijgt de taak de vorm van de stoel vast te houden.
Een techniek kan met een ander materiaal reizen
Boijmans' Bobbin Lace Lamp V 2350(KN&V), gemaakt en verworven in 2002, introduceert een andere ontmoeting van categorieën. Het museum registreert glasvezel en noemt Van Eijk individueel.2
Een V&A/Wellcome-label uit 2003 beschrijft optische glasvezels die met kantklostechnieken zijn bewerkt en noemt Niels van Eijk en Quasar Holland.3
De verbinding tussen de werken is een manier van vragen stellen. Een materiaal of techniek komt met bestaande associaties en krijgt vervolgens een andere rol in een object. Huid kan de kijker opnieuw over bekleding laten nadenken; een textieltechniek over de ordening van lijnen in een lamp.
Dat geeft het werk een herkenbare bron van nieuwsgierigheid zonder dat de objecten dezelfde omtrek of maakwijze hoeven te delen.

Materiaalkennis in een gedeelde studio
De studio met Miriam van der Lubbe geeft deze nieuwsgierigheid een werkcontext. Haar eigen verhaal beschrijft Van Eijks werktuigbouwkundige opleiding en zijn bijdrage vanuit materiaalkennis en ambacht.4
Dat verhaal plaatst het maken ook tussen partners, producenten en andere makers. Materiaalkennis kan onderdeel worden van een gesprek tussen mensen met verschillende manieren om een idee te ontwikkelen.4
De vroege objecten blijven in die bredere omgeving memorabel. Huid of een textieltechniek krijgt een andere verantwoordelijkheid, en de ontstane vraag kan doorgaan in het gezamenlijke maken.

