Een ander uitgangsmateriaal
Rietvelds bekende houten meubels maken afzonderlijke delen goed zichtbaar. De Birza-stoel begint een ander gesprek. De stichting dateert hem op 1927 en beschrijft een stoel uit één stuk fibre.1
Bij een doorlopende plaat volgt het oog een oppervlak dat verschillende taken krijgt. Een zitting moet overgaan in een rug; het lichaam heeft openingen en ondersteuning nodig. Vorm is niet langer eenvoudigweg het zichtbare resultaat van regels naast panelen plaatsen. De bochten in het materiaal worden deel van het betoog.
Een tekening is ook een werkvraag
Het Centraal Museum bewaart een meubeltekening met de titel Stoel uit één stuk (Birza stoel), gecatalogiseerd op 1927. Het medium is inkt en potlood op transparant. Het kleine archiefstuk legt het denken over een stoel vast en vormt geen verkleinde beschrijving van een productielijn.2
Dat verschil is nuttig. Een tekening kan een ambitieus voorstel dragen terwijl het vormen en behouden van die vorm in de praktijk veeleisend blijft. De aantrekkingskracht zit in een vertrouwd object dat vanuit een andere richting wordt benaderd.

Een experiment binnen een langere zoektocht
Het Louis Kalff Instituut plaatst Rietvelds onderzoek naar stoelen uit één stuk binnen zijn bredere belangstelling voor materialen en industriële productie. Het citeert ook een verslag uit Goed Wonen uit 1958 over herhaalde pogingen, waaronder uitkomsten die instabiel waren of niet prettig zaten.3
In dat gezelschap wordt het Birza-idee interessanter. Vindingrijkheid omvat ook het besluit om te blijven onderzoeken. Een doorlopend oppervlak stelt een nieuwe vraag, zonder het antwoord vanzelfsprekend te maken.

