Het spiegeloppervlak naar voren halen
Transience maakt een gewoonlijk onopvallende materiaallaag het rechtstreeks bekijken waard. Transnatural verklaart het project vanuit de oxidatie van zilver en beschrijft hoe een versnelde behandeling verschillende oppervlaktetoestanden zichtbaar maakt.1
De ontstane velden doorbreken de verwachting van een gelijkmatig spiegelende plaat. Kijken wordt een beweging tussen reflectie, kleur en textuur. De spiegel toont iets van de kamer en houdt tegelijk de aandacht op zijn eigen materiële oppervlak.
Lex Pott en David Derksen worden beiden als ontwerpers genoemd. Dat gedeelde auteurschap telt bij een project waarvan het belang ligt in de verhouding tussen een materiaalexperiment en een gecomponeerd object.1
Een scherpe grens naast een onregelmatig veld
Geometrie geeft een duidelijke begrenzing aan een proces dat variatie voortbrengt. Randen verdelen de spiegel in leesbare gebieden; daarbinnen kan het oppervlak gevlekt of ongelijkmatig blijven.
Transnatural beschrijft de patronen als handgemaakt en bij elk exemplaar iets anders. Dat verklaart de spanning tussen een herhaalbaar ontwerp en een oppervlak dat niet van exemplaar tot exemplaar identiek wordt.1
Het oog kan twee ordeningen verkennen. Een rechte scheiding is snel te volgen. De kleinere veranderingen in een veld vragen meer tijd en nodigen uit om kleur en textuur van dichtbij te bekijken.
Dit is de bruikbare accentverschuiving van het project: een materiaalverandering kan een bewuste plaats krijgen in een compositie. De ruwheid behoudt haar zichtbare karakter, terwijl de geometrische ordening haar leesbaarder maakt.

Een experiment komt in verschillende omgevingen terecht
Potts tentoonstellingsarchief plaatst Transience in meerdere presentaties in 2012 en vermeldt de spiegelcollectie van Transnatural in Milaan in 2015. Die vermeldingen beschrijven fasen in het openbare leven van het project.2
Ze suggereren ook hoe materiaalonderzoek tussen een tentoonstelling en een object in een interieur kan reizen. De huidige Square geeft de familie één duidelijk bepaalde vorm; het grotere project blijft de veranderende zilverlaag centraal stellen.
Een spiegelbeeld beweegt wanneer de kijker beweegt. Transience voegt een reden toe om even te blijven staan: het oppervlak is iets geworden om naar te kijken én om in te kijken.
