Een lichaam van openingen
SM05 geeft een stoel een herkenbaar zitvlak, terwijl de kamer erdoorheen zichtbaar blijft. Draden beschrijven zitting en rug als een netwerk. Pastoes historische boek dateert het ontwerp op 1958 en schrijft het gezamenlijk toe aan Cees Braakman en Adriaan Dekker.2
De openingen vallen evenzeer op als de lijnen. Voor een muur of een andere stoel wordt het voorwerp geen gesloten silhouet. Het oppervlak is aanwezig, maar laat andere oppervlakken in beeld. Zo kan een meubel ruimte innemen zonder een deel daarvan visueel af te sluiten.
Een kussen verandert het contact
Pastoes huidige productregistratie toont de draadstoel met een los zitkussen.1 Dat zorgt voor een ander contact zonder het hele netwerk te bekleden. Het ene deel kan zacht zijn terwijl het andere open blijft ogen.
Kijk waar het kussen ophoudt. Zijn rand maakt de materiaalwisseling begrijpelijk: stof levert het directe zitvlak, terwijl de draad het grotere lichaam blijft beschrijven. Juist doordat het contrast zichtbaar blijft, is het bruikbaar. Je ziet een kleine onderhandeling tussen de behoeften van de zittende persoon en het uiterlijk van een open voorwerp.

Een lichte verschijning, gedeeld auteurschap
De huidige productkop noemt Braakman; de historische catalogus noemt uitdrukkelijk Braakman én Dekker. De gezamenlijke toeschrijving herstelt een deel van de ontwerpgeschiedenis zonder te hoeven verzinnen wie iedere afzonderlijke lijn bedacht.
Huidige kleuren, kussens en maten horen bij specifieke uitvoeringen. Het bredere idee reist makkelijker tussen exemplaren: een netwerk kan een stoel bepalen in plaats van een gesloten plaat. SM05 maakt de lege tussenruimtes bruikbaar voor zijn uiterlijk en voor ons zicht op de kamer.

