Een doos die open blijft
Het buitenframe suggereert een compact volume, terwijl het grootste deel daarvan lucht is. De randen geven het oog een vast referentiepunt. Daartegen leest het schuine zitvlak als iets dat bewust afwijkt van de omsluitende omtrek.
Pastoe’s historische publicatie verbindt de Fauteuil Radboud FM60 met Radboud van Beekum en 1980.1 Het ontwerp maakt een nuttig visueel onderscheid: het volume dat de stoel inneemt blijft begrijpelijk, ook waar geen dicht zijpaneel het afsluit.
Het frame helpt je de zitting te zien
Kijk eerst naar de rechte buitengeometrie en daarna naar de zitting daarbinnen. Het contrast maakt de richting van het zitten leesbaar. Een stoel hoeft niet de ene vorm in de andere te verbergen; frame en zitvlak kunnen verschillende taken verklaren.
Dit verklaart ook waarom een open stoel sterk aanwezig kan zijn. De omtrek geeft hem een plaats in de kamer zonder ieder deel daarvan met materiaal te vullen. Leegte wordt een van de zichtbare onderdelen.

Ontwerp en productie beginnen afzonderlijk
Het verslag van de Amsterdamse erfgoedvereniging over Van Beekum vermeldt een prijs voor FM60 op de Triënnale in Poznan in 1980, gevolgd door productie bij Pastoe in het jaar daarop. Het plaatst meubelmaken binnen een praktijk die zich ook tot ruimtelijke vormgeving ontwikkelde.2
Die volgorde geeft de stoel een bruikbare historische omgeving zonder het model in een erelijst te veranderen. De blijvende vraag staat nog steeds in zijn omtrek: hoeveel van een kubus heb je nodig om er een te zien?
