Het textiel wordt het voorwerp
Vlas kennen we als grondstof voor linnen, iets dat valt, vouwt of over meubels ligt. Christien Meindertsma’s Flax Chair geeft de vezel een andere rol. Samen met polymelkzuur ontstaat een composiet waaruit een stoel kan worden gevormd. NGV dateert het ontwerp op 2015 en het eigen exemplaar op 2017.1
De verschuiving is eenvoudig te beschrijven en groot om je voor te stellen. Het textiel is niet langer alleen de kleding van de stoel. De vezels behoren tot het gevormde materiaal waaruit het voorwerp bestaat. Een vertrouwd oppervlak verhuist naar een ander deel van het meubelverhaal.
Verschillende lagen leren samenwerken
Meindertsma noemt Enkev en Label/Breed bij de ontwikkeling. Geweven vlas en vervilte lagen werken samen met een thermoplastisch bindmiddel.2 Warmte laat het PLA zacht worden en het composiet binden; de vlasvezels zelf smelten niet tot kunststof.
MoMA’s tentoonstellingslijst registreert vlas en polymelkzuur samen in de stoel.3 Dat onderscheid helpt bij het kijken. Een textielstructuur en een vaste vorm kunnen tot hetzelfde materiaalsysteem behoren. De zichtbare vezel hangt samen met de maakwijze, in plaats van alleen als natuurlijke versiering te dienen.

Een nieuwe toepassing vraagt verschillende kennis
De samenwerking is deel van de aantrekkingskracht. Vezels begrijpen, plaatmateriaal ontwikkelen en meubels produceren zijn verschillende werkzaamheden. Samen openen ze een mogelijkheid die een losse schets slechts kan suggereren.
Flax Chair hoeft niet alle beloften over plantaardige materialen te vertegenwoordigen. Het concrete resultaat is al interessant: een bekende vezel krijgt een nieuwe taak en daaromheen ontstaat een proces. Na het kijken lijkt een stuk linnen misschien iets minder vast te zitten aan zijn gebruikelijke beroep.
