Stroken die een stoel beschrijven
Tejo Remy en René Veenhuizen geven Bamboo Chair een kleine, herhaalde verzameling onderdelen. Het Centraal Museum beschrijft zijn exemplaar aan de hand van zeven gebogen en verlijmde bamboestroken. Hun opstelling brengt zitting en dragende delen in hetzelfde visuele systeem.1
De National Gallery of Victoria dateert het ontwerp op 2007 en de vervaardiging van zijn eigen exemplaar op 2023. De beschrijving legt uit hoe gelamineerd bamboe wordt onderzocht door stroken te buigen en samen te voegen.2
Begin bij één strook en volg haar ronding. De richtingsverandering helpt delen te verbinden die een gewone stoel met afzonderlijke regels, poten en een beklede zitting zou beschrijven.
De herinnering aan een mand
Het NGV vergelijkt het resultaat met een gevlochten mand. Dat is een bruikbare visuele vergelijking: herhaalde stroken en de ruimten ertussen beschrijven een groter volume.2
Een mand is vertrouwd door de verhouding tussen een omsluitende vorm en het open patroon waaruit die bestaat. Die associatie geeft de onbekende rondingen van de stoel een toegankelijk referentiepunt.
De vergelijking gaat over het uiterlijk; de gedocumenteerde maakwijze is het buigen en samenvoegen van gelamineerde stroken. Door hun breedte en herhaling kan het oog het materiaal blijven volgen en tegelijk de hele stoel lezen.

Langs de bochten kijken
Buigen geeft een strook meer dan één richting binnen het object. Met het oog een ronding volgen leidt de aandacht van een betrekkelijk vlak deel naar een stijgend of dragend deel.
Ook de open ruimten tellen mee. Ze houden de onderdelen voldoende uiteen om elke ronding leesbaar te laten, terwijl het herhaalde materiaal de delen weer samenbrengt.
Bamboo Chair vraagt het oog om uit die verhoudingen een geheel te vormen. Een klein stel stroken blijft bij omdat de herhaling nooit helemaal in een eenvoudige rechte lijn tot rust komt.
