Een bed hoort ook bij de dag
Een bed kan een kleine kamer al beheersen lang voordat iemand gaat slapen. Cleopatra biedt een andere blik op die aanwezigheid. Het Van Eesteren Museum noemt A.R. (Dick) Cordemeijers ontwerp uit 1953 voor Auping en beschrijft de staalconstructie en houten einddetails.1
De terughoudende contour laat het meubel makkelijker passen in een kamer met verschillende bezigheden. Een matras blijft een ligplaats, maar de constructie vermijdt de grote omsluitende vlakken van veel bedden. Ruimte onder en rond het bed doet mee aan het uiterlijk overdag.
Verschillende materialen markeren verschillende plekken
Ook Aupings geschiedenis plaatst Cleopatra in 1953.2 De combinatie van metaal en hout verklaart het karakter. Een betrekkelijk fijn stalen frame draagt de hoofdcontour; hout markeert de uiteinden met warmere, tastbare accenten.
Kijk van opzij en vervolgens naar een uiteinde. De lange horizontale vorm is duidelijk, maar details voorkomen dat het een anoniem platform wordt. Die balans maakt het dagbed interessant in de geschiedenis van huismeubilair: een slaapmeubel kan rekening houden met uren waarin de kamer anders wordt gezien en gebruikt. Het gaat om ruimte en verschijning, niet om een belofte over slaapkwaliteit.

Een idee keert terug in een ander model
Aupings latere Original verwijst uitdrukkelijk naar Cleopatra.3 Het is een afzonderlijk ontwerp; de naam mag het oudere model niet vervangen. De verbinding laat zien hoe een fabrikant een bekend ruimtelijk idee opnieuw kan onderzoeken in een ander product.
Cleopatra’s les is bescheiden en blijvend bruikbaar. Eén meubel kan bij verschillende delen van de dag moeten horen. De constructie kan dat ruimere leven erkennen en een rustplek bieden zonder dat de hele kamer slaperig hoeft te ogen.
